PO
Inspiratie

Meer dan applaus: hoe je als docent een bezoek aan het theater kan uitdiepen

Cultuur & School Utrecht ism. Stadsschouwburg Utrecht
29 september 2026
Laat als eerste een reactie achter
Interview met Borius van der Meulen, Contextprogrammeur Educatie. Stadsschouwburg Utrecht  — Door Anke Verbeek
‘Waar ging het theaterstuk over?’ Dat is misschien wel het eerste wat een docent vraagt wanneer een leerling terugkomt van de schouwburg. Maar is het de juiste vraag? Je slaat dan een heleboel stappen over, zegt Borius van der Meulen. ‘Waarom beginnen we niet bij het begin: Wat heb je gezien?

Afgelopen 20 mei gaven Borius van der Meulen, Anoek Jentjens en Merijn Heeres van de Stadsschouwburg een workshop tijdens de inspiratiedag met concrete handvatten en gespreksstarters voor in de klas. Hoe maak je een uitje naar het theater verdiepend en uitdagend voor je leerlingen en daarnaast óók nog passend voor burgerschapsdoelen?

Hoe is de workshop ‘Meer dan applaus’ ontstaan?

“We zien heel veel scholen bij ons en horen dan vaak van docenten dat ze heel graag meer handvatten willen voor het voeren van een waardevol nagesprek. Hiernaast valt ons op dat veel scholen de schouwburg niet heel consistent, maar meer afwisselend bezoeken. De docenten missen dus handvatten en wij missen borging en willen eigenlijk dat het vanzelfsprekend in het curriculum komt.

Bij ons ligt daarom de uitdaging om naast de artistieke waarde ook nog meer de sociaal-maatschappelijke relevantie ervan te laten zien en ervaren. Wat ons betreft gaat een theaterstuk voorbij aan plezier, het is zoveel meer. Met een praktische handleiding voor een nagesprek hopen we de docenten te helpen met hun vraag.

Deze methode komt vanuit de Visual Thinking Strategy. Je begint simpelweg met het benoemen wat je ziet

Zo gingen we vervolgens kijken: wat voor onderwijsvraag zit hier nu eigenlijk? Dat zit voor ons heel erg op het onderwerp burgerschapsontwikkeling. Want het onderwijs heeft die verplichting, maar ‘burgerschap’ is een heel lastig onderwerp om te vatten in methodes. Het is erg abstract.

Vanuit deze vragen en bevindingen heeft Merijn de workshop met ondersteuning van mij en Anoek verder doorontwikkeld en begeleid tijdens de inspiratiedag. Als volgende stap zijn we nu bezig met de vraagkaarten verder te ontwikkelen, zodat er juist na afloop van een theaterbezoek nog een filosofisch gesprek kan ontstaan. En dan bedoelen we filosofisch als in: het gesprek heeft geen vaste antwoorden, maar zet leerlingen juist verder aan het denken.”

Burgerschapsontwikkeling, dat klinkt heel breed. Heb je een voorbeeld?

“Ja, dat is heel breed, het is heel maatschappelijk, dus je hebt daar een soort houvast voor nodig om het gesprek aan te gaan. Dat is precies waar theater heel goed in is: een groter onderwerp of een spanningsveld vertalen naar een beleving.

Een concreet voorbeeld hiervan is de voorstelling van Het Filiaal, die we gisteren hadden met de titel: Het lammetje dat een varken is. Op een hele speelse manier raakt het allerlei thema’s aan.

Zo gaat het bijvoorbeeld over identiteit, over acceptatie, maar ook over hoe we als samenleving met elkaar omgaan? En zijn we geïnteresseerd in een ander? Hoe weet je wat zich afspeelt in iemands binnenwereld? Dat zijn allemaal haakjes die een voorstelling kan bieden, want als je over die onderwerpen gaat praten zonder verhaal of personage kan het heel algemeen worden.”

Dat lijkt me ook best lastig voor docenten?

 “Klopt, we zijn deze methode ook nog steeds aan het doorontwikkelen en aan het kijken hoe we het beter aan de mens kunnen krijgen.Maar ergens is het ook heel simpel: deze methode komt vanuit de Visual Thinking Strategy. Je begint simpelweg met het benoemen wat je ziet: Wie zijn er te zien? Wat voor bewegingen maken ze? Wat heb je nog meer gezien?

Want als je begint met ‘wat was nu de boodschap in het stuk?’, dan beperk je het gesprek en mis je veel kansen voor een waardevolle gesprek met de kinderen.En daarnaast lijkt het alsof de boodschap maar eenduidig is, terwijl iedereen een eigen interpretatie kan hebben vanuit zijn eigen referentiekader.

In onze workshop bij de inspiratiedag eerder vertelden we dat je via vragen verschillende lagen in het gesprek kan aanraken in de klas. Je kunt bijvoorbeeld eerst beginnen met een eerste persoonlijke reactie van de kinderen, vervolgens ga je naar de formele aspecten: ‘wat hebben we gezien?’. Daarna komt pas de vraag over boodschap, als stap drie. Als laatste kun je het dan nog hebben voor de context: wat zegt het over de waarden en ideeën van deze tijd?”

Wat is jouw favoriete vraag om te stellen?

“Ohja, dat is wel toevallig een specifieke. Dat is een vraag die hoort bij de voorstelling: Ridder Robin. Dat gaat o.a. over een meisje dat een ridder is of wil zijn. En toen vroegen docenten zich af: hoe kan je nu die context betrekken in dit gesprek?

En toen bedachten ze de vraag: ‘Mag jij thuis ridder zijn?’ Dat is heel interessant, want dan kan iedereen zijn eigen perspectief toevoegen en daarnaast ook vertellen over thuis (mits de kinderen dat zelf willen natuurlijk). Dat breng je alles samen in een grote uitnodiging: hoe zitten we hier met elkaar?”

 

Foto/video credit
Afbeelding 1: De Stadsschouwburg - Afbeelding 2: Afbeelding: Het lammetje dat een varken is, credit: perskit - Header afbeelding: Borius van der Meulen - credit: Liza Kollau

Cookies

Deze website gebruikt cookies om je een optimale ervaring te bieden.

Blijf op de hoogte van cultuurnieuws

Ik ontvang graag het nieuws van Cultuur & School Utrecht & updates van het Kennisplatform:
Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.